Biografie Stan van den Wildenberg
Stan van den Wildenberg wilde na zijn afstuderen aan de kunstacademie maar een ding: aan de slag als interieurarchitect. “Op een kleine zolderkamer kroop ik achter mijn tekentafel, klaar voor mijn eerste eigen ontwerp-opdracht; het interieur van een villa. Dat ontwerp was het begin van een prachtige en enerverende carrière in de interieurarchitectuur. Ik zie het als een voorrecht om het welzijn van mensen te vergroten met het ontwerpen van hun interieurs. Nederlandse interieur designers en architecten van over de hele wereld inspireren mij.”
Ik ben begonnen als meubelmaker.
Na de meubel-MTS ging ik als 17-jarige jongen aan het werk bij een interieurbouwer. Daar leerde ik hoe belangrijk het is dat een ontwerp niet alleen op papier klopt, maar ook gemaakt kan worden. In die jaren werkte ik regelmatig samen met interieurarchitecten. Ik leerde verder te kijken dan het mooie meubel dat gemaakt werd in de werkplaats. Niet alleen naar het meubel dat geplaatst moest worden, maar naar de hele ruimte. Naar menselijke verhoudingen,, looproutes, licht, materiaal en de manier waarop mensen zich door een gebouw bewegen. Comfort, sfeer en de zachte kanten van interieur. Dat maakte mij nieuwsgierig. Op mijn 23e ben ik alsnog gaan studeren aan de Kunstacademie in Utrecht. Daar leerde ik anders kijken naar ruimte. Wat doet een grote, hoge ruimte met je? Wanneer voelt een kamer prettig? Hoeveel heeft een ruimte nodig, en wanneer wordt het juist sterker door iets weg te laten? Die vragen zijn nog steeds belangrijk in mijn werk. Een lege ruimte moet eerst kloppen. Ik noem dat soms “knetter architectonisch”. Daarmee bedoel ik niet dat een ruimte hard of ingewikkeld moet zijn. De basis sterk moet zijn: de indeling, de routing, het licht, de zichtlijnen en de verhouding tussen hoog, laag, open en besloten. Als die basis goed is, merk je dat in het gebruik. Je loopt makkelijker door de ruimte. Je weet waar je wilt zitten, werken of ontvangen. Kasten, verlichting, meubels en techniek voelen niet later toegevoegd, maar horen bij het geheel. Dat is waarom ik dit werk doe. Een verbouwing of herinrichting begint vaak met wensen, beelden en ideeën. Maar onderweg komen er veel keuzes bij. Waar begint de ruimte? Waar wil je naartoe kijken? Wat wil je bewaren? Wat moet juist worden opgelost? Waar komt techniek? Welke materialen kunnen tegen dagelijks gebruik? En hoe zorg je dat meubels, maatwerk en verlichting niet als losse beslissingen voelen? Bij Wildenberg interieurarchitectuur beginnen we daarom met luisteren en goed kijken. Naar jou, naar je manier van wonen of werken, en naar het gebouw zelf. Wat is er al aanwezig? Wat vraagt om verbetering? En wat is logisch voor de manier waarop je de ruimte straks gebruikt? Daarna maak ik de eerste schets. Die schets is geen eindpunt, maar een manier om richting te geven. Vanuit daar werken wij het ontwerp verder uit met plattegronden, maatwerk, materialen, verlichting, meubels en technische tekeningen. Ook tijdens de uitvoering blijf ik betrokken. Niet om alles over te nemen, maar om te blijven toetsen of wat bedacht is ook goed gemaakt wordt. Want juist in de bouw zie je of keuzes werkelijk bij elkaar komen. Samen met het team van Wildenberg interieurarchitectuur begeleiden we je van eerste idee tot uitvoering. We denken mee over de grote lijnen, maar ook over de details die je elke dag merkt: een kast die precies oplost wat anders blijft slingeren, licht dat op de juiste plek valt, een looproute die vanzelfsprekend voelt, of techniek die aanwezig is zonder de aandacht te vragen. Voor mij is een goed interieur geen verzameling mooie onderdelen. Het is een ruimte waarin indeling, routing, licht, materialen, meubels, techniek en uitvoering samen zorgen dat wonen, werken of ontvangen logischer voelt.
- Stan van den Wildenberg-